Vreugdenhil Dairy Foods en Nestlé lanceerden eind 2021 het Tomorrow’s Dairy-programma, een ketenbreed duurzaamheidsinitiatief dat melkveehouders op bedrijfsniveau begeleidt, beloont begeleidt en beloont voor de overgang naar een duurzamere bedrijfsvoering. Met als doel: 50% minder broeikasgassen, regeneratieve landbouw en een goed verdienmodel voor de boer. “Deelname is vrijwillig, maar we verwachten wel ambitie en inzet”, zegt Edith van Munster, programmanager Tomorrow’s Dairy bij Vreugdenhil.
Van leverancier naar ketenpartner
Het vertrekpunt was helder. Nestlé ziet 35% van haar wereldwijde CO₂- footprint terug in zuivelgrondstoffen en stelt reductie als strategische prioriteit. “Wij hebben contact opgenomen met al onze grondstofleveranciers, zoals Vreugdenhil Dairy Foods”, aldus Klaas Cuperus, duurzaamheidsmanager bij Nestlé Nederland. De melkverwerker, die begin jaren 2000 een Nederlandse fabriek van het concern overnam, was een logische partner. Samen stelden zij een budget van ruim 50 miljoen euro beschikbaar voor een programma dat bewust verder gaat dan alleen inkoopeisen stellen.
Die ambitie vraagt om een fundamenteel andere relatie tussen ketenpartijen. Niet meer opdrachtgever tegenover leverancier, maar gedeelde verantwoordelijkheid voor de transitie. De melkveehouder staat daarin centraal: als uitvoerder, als ondernemer en als onmisbare schakel in de verduurzaming van de hele keten. Precies die redenering bracht de partners bij elkaar.
Elke gram telt
De kern is een beloningssysteem op basis van reductieresultaten, niet van maatregelen. Voor elke gram CO₂- reductie ten opzichte van het 2018-niveau krijgen deelnemende melkveehouders een vergoeding. “Wij willen elk stapje belonen, want elke stap is weer een stap vooruit”, zegt Van Munster. Wat het bijzonder maakt, is dat het echt maatwerk is, volledig rekening houdend met de bedrijfsvoering en visie van de individuele melkveehouder. Gericht op scherpe prestatieprikkels en meetbare doelen voor regeneratieve landbouw, zoals biodiversiteit, bodem-en waterkwaliteit. Daarnaast is ons programma uniek omdat we álle vormen van melkveehouderij willen verduurzamen: van extensieve bedrijven met 17 uur weidegang tot meer intensieve boeren met gemiddeld hogere producties, elke bedrijfsgrootte en grondsoort.”
Melkveehouders stellen samen met adviseurs een bedrijfsplan op en kiezen uit een twintigtal maatregelen die passen bij hun bedrijfsvoering. De drie pijlers zijn optimalisatie, reductie en innovatie. Maatregelen variëren van het optimaliseren van rantsoenmanagement en precisiebemesting tot investeringen in zonne-energie en kruidenrijke graslanden. Cuperus: “Op het moment dat je iets meer van je land binnenhaalt, hoef je minder aan te kopen en houd je onderaan de streep meer over.” In betere benutting van grond en veestapel zit vijf tot tien procent reductie van de footprint, gecombineerd met een direct kostenvoordeel voor de ondernemer.
Hilco Eikelenboom (foto), melkveehouder in Zuid-Holland, was een van de eerste zeventien deelnemers die in 2022 begonnen met Tomorrow’s Dairy. De resultaten zijn tastbaar. “Normaal is een kilo melk in Nederland zo’n 1050 gram CO₂- equivalenten. Afgelopen jaar zaten wij op 660. Bijna een halvering.” Dat zijn geen marginale verbeteringen, maar een fundamentele omslag in bedrijfsvoering.
Rabobank als financiële schakel
Een derde partner versterkt het model: Rabobank. Wanneer veehouders voldoen aan een aantal duurzaamheidscriteria, kunnen zij rentekorting ontvangen, wat aansluit op de eigen beloningssystematiek van de bank. “Wij geloven heel erg in het stapelen van beloningen”, zegt Van Munster. “Elk plusje dat de veehouder kan krijgen, helpt.” De aansluiting tussen beide systemen was de doorslaggevende reden om de samenwerking te formaliseren. Voor veehouders die toch al investeren in verduurzaming, telt elke euro extra mee.
“Deze samenwerking is een prachtig voorbeeld van hoe Rabobank, als coöperatieve bank, samen met ketenpartners werkt aan de toekomst van de landbouwsector”, aldus Alex Datema, directeur Food & Agri Nederland bij Rabobank. “Door melkveehouders financieel te ondersteunen bij hun verduurzamingsinspanningen, maken we het mogelijk dat economische waarde en duurzaamheid hand in hand gaan.”
Transparantie als fundament
In het Tomorrow’s Dairy-programma zijn ruim 150 melkveebedrijven actief betrokken. De doelstelling is halvering van de broeikasgasuitstoot ten opzichte van 2018, in lijn met de Europese klimaatdoelen en de net-zero roadmap van het voedingsconcern. Van Munster benadrukt dat de langetermijnaanpak juist ruimte geeft voor echte verandering. “De klant Nestlé zit bij de melkveehouder aan tafel en andersom kan de melkveehouder in de fabriek in Nunspeet kijken.” Die transparantie, zegt ze, maakt het verschil.
Cuperus vult aan: “Met 50 miljoen kun je niet de volledige transitie bewerkstelligen. Je moet in de keten kijken wat iedereen kan bijdragen.” Eikelenboom onderschrijft dat: “Die hele keten zit aan elkaar vast en geeft financieel aan elkaar door. Daardoor kunnen wij echt maatregelen nemen.” Het programma loopt tot 2030 en groeit jaar op jaar in deelnemersaantallen. De betrokken partijen beschouwen het als bewijs dat ketenfinanciering van verduurzaming niet alleen haalbaar maar ook structureel effectief is.
Dit artikel verscheen in de Sustainability uitgave van het FD op vrijdag 27 maart 2026. De volledige digitale uitgave is hier te bekijken.